Iedereen kijkt toe, niemand grijpt in – het stille falen rond verward gedrag

Gepubliceerd op 9 september 2026 om 15:41

In steeds meer straten, stations en winkelcentra zien we ze: mensen die schreeuwen, dolen, of verward voor zich uit staren. Soms kennen we hun naam, soms niet. Ze zijn niet alleen een bron van overlast, maar vooral van zorg en verdriet. Voor henzelf, voor hun omgeving, en voor de professionals die machteloos toekijken.

Iedereen voelt dat er iets misgaat — en toch gebeurt er niets.

 Buren die ’s nachts wakker schrikken van geschreeuw of spullen die op straat worden gegooid, voelen zich onveilig. Ze bellen de politie, de gemeente, de wijkcoach. En telkens krijgen ze hetzelfde antwoord: “Het is niet onze taak.”

De politie verwijst naar de GGZ, de GGZ naar de gemeente, de gemeente naar de zorgverzekeraar of familie.

De burger blijft achter met angst en frustratie, en het gevoel dat de overheid vooral toekijkt.

Maar waarom zou een samenleving accepteren dat iemand afglijdt waar iedereen bijstaat?

 De professional: wil wel, mag niet

Politieagenten, sociaal werkers, huisartsen en GGZ-medewerkers willen helpen, maar botsen op regels die menselijkheid in de weg staan.

Zonder “acuut gevaar” mag de politie niet ingrijpen.

Zonder “toestemming” mag de hulpverlener niets delen.

En zonder “indicatie” mag de gemeente geen zorg inkopen.

In het jargon klinkt het logisch; in de praktijk voelt het cynisch.

De mens achter de wet verdwijnt.

Professionals raken uitgeput van het doorverwijzen, van het afvinken, van het wachten tot de ellende groot genoeg is om eindelijk te mogen handelen.

 

En dan de persoon met verward of onbegrepen gedrag zelf.

De wet beschermt zijn recht om “nee” te zeggen tegen hulp — het recht op zelfbeschikking.

Maar wat betekent dat recht als iemand de grip op de werkelijkheid kwijt is?

Zelfbeschikking zonder inzicht is geen vrijheid, het is   verwaarlozing.

 

Achter de juridische muren van privacy en autonomie verdwijnt de mens die zorg nodig heeft.

We laten hem – vaak letterlijk – op straat staan, omdat we bang zijn zijn rechten te schenden.

Maar wat we werkelijk schenden, is zijn recht op zorg, veiligheid en waardigheid.

 

Een systeem dat iedereen gevangen houdt

De tragedie is dat niemand in dit systeem kwaad wil.

De burger wil rust.

De professional wil helpen.

De gemeente wil zorgvuldig zijn.

Maar de regels maken van goede bedoelingen een doolhof van machteloosheid.

Iedereen verwijst naar elkaar, niemand heeft de regie.

Het resultaat is voorspelbaar: pas als het misgaat — een incident, een steekpartij, een crisis — wordt er gehandeld.

Dan schieten we van nietsdoen naar overreageren.

 

Tijd voor morele moed

We moeten opnieuw durven praten over verantwoordelijkheid.

Niet alleen juridische, maar menselijke verantwoordelijkheid.

Een systeem dat mensen beschermt door hen aan hun lot over te laten, faalt in zijn kern.

De wetgever, gemeenten en hulporganisaties moeten samen ruimte maken voor vroegtijdig ingrijpen — mét respect voor rechten, maar zónder dat die rechten een excuus worden voor nietsdoen.

Dat vraagt om lef. 

 

Zorg is niet iets dat pas begint bij gevaar, maar bij zien dat iemand verdwaalt.

We hoeven niet te wachten tot het misgaat.

We kunnen beginnen met handelen, samen, menselijk.

 

I. Verwey

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.